Koning Waldemar woont met zijn vrouw Eulalia en dochter Rosalinde in een mooi paleis. De eerste minister, Heer Valentijn, is een chagerijnige man, die het met niemand in het paleis echt kan vinden. Op een dag ontdekt Florian, de lakei, dat hij, in plaats van een hoestdrankje, per ongeluk een drankje heeft gemaakt waar hij onzichtbaar van wordt.
Dan komt Zenobia, een zigeunerin en waarzegster naar het paleis. Zij zaait paniek, omdat zij voorspelt dat koning Waldemar ziek zal worden en ook ziek zal blijven, als hij geen afstand doet van de troon. In haar glazen bol ziet zij, dat heer Valentijn de nieuwe koning wordt.
Florian vertrouwt het niet helemaal en gebruikt zijn onzichtbaarheidsdrankje om heer Valentijn en Zenobia af te luisteren. Hij ontdekt dat het allebei bedriegers zijn en vertelt dit geheim aan de, inmiddels echt zieke, koning. Samen met koning Waldemar verzint hij een plan om de bedriegers te ontmaskeren.
|